Texte des LiteraTour-Teams

Ankers                                                                                                       Esmé van den Boom

Er is een foto van mij, vijf jaar, met een sloophamer

Er kwam een nieuwe keuken. Er kwam een boot met mijn ouders mee terug na een wandeling.

Ik mocht hem dopen,

Geen deuken maken.

Wie tien jaar lang gaat varen op vakantie wil ook wel eens met het vliegtuig

Heeft handen vol haaientanden van geheime stranden, heeft

Geleerd: je kunt van bramen en pannenkoekenmeel prima taarten bakken

Je kunt je vinger in de taart steken

Op een ansichtkaart drukken

Je kunt de kaart naar een vriendin met smetvrees sturen zonder adres

Omdat de postbode ook uit het dorp komt.

Je kunt dezelfde film tien dagen lang twee keer per dag kijken

Daar wordt hij beter van

Je kunt een anker uitwerpen

Wie teveel woorden tussen kaften meeneemt, laat de boot scheefhangen

Wie zeeziek wordt, moet sturen.

 

 

 

Prikkeldraad                                                                                Esmé van den Boom

Hij heeft twee gezichten waarmee hij niet meer spreekt

Hij slikt zijn woorden in en maakt zijn ogen leeg

Alles wat hij heeft gezien en alles wat er is gebeurd

Hij houdt zijn lippen stijf en vaag

Heeft een mondhoek uitgescheurd

Chorus: Als de plicht de zucht wordt die zijn lippen soms verlaat

Zijn zijn ogen weer de ramen, maar zijn mond het prikkeldraad

Hij kan de man bedenken, wat hij zei en hoe hij keek

Dat hij nee had kunnen zeggen als hij onmisbaar was geweest

Hij kan geen mens verzinnen in de plaats die hij inneemt

Hij weet nog wel alle gezichten

En het zijne blank en bleek

Chorus

Hij kan verhalen zo verzinnen dat zelfs de spiegel ze weerstaat

Een nieuw leven kan beginnen als hij het oude zo verlaat

Hij wordt niet aangekeken, en als wel, dan kijkt hij weg

Als hij zijn ogen draait naar binnen, ziet hij daar

Niet echt niet echt niet echt niet echt
We kijken in de spiegel, we zien onszelf op tv

We hebben ogen als de tralies, en al praten we voor twee

De signalen die we zenden stampen huizen uit de grond

Van barakken of van tenten

En verhalen gaan maar rond

Chorus: Als onze plicht een zucht wordt die onze lippen zwaar verlaat

Zijn onze ogen net de tralies en onze woorden prikkeldraad

Met de penselenstreken lijkt het wit soms lichter wit

Voor de stilte breken houdt een man zijn adem in

Waar wij de grenzen leggen bepaalt hoe hij een land verlaat

Waar nu de grenzen liggen, waar langs de grenzen prikkeldraad

IMG_3572

 

 

 

Advertisements